Carin Schröder is GZ-psycholoog en één van de oprichters van Mijn Leven 2.0. In haar praktijk begeleidt ze veel mensen die leven met een lichamelijke beperking. Het thema ‘balans’ komt daar vaak aan de orde. Goed natuurlijk, maar Carin merkt wel dat het streven naar balans behalve nuttig ook een valkuil kan zijn.
Leven met een lichamelijke beperking is niet altijd makkelijk. Het is dan ook logisch dat mensen bezig zijn met hun balans: niet méér doen dan goed voor je is, maar ook weer niet te weinig. Het lijkt makkelijk, je gaat op zoek naar je grenzen en gaat je daar vervolgens aan houden. Maar natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe weet je waar je grenzen precies liggen en hoe kom je erachter of je te veel of juist te weinig doet? Dat is een complex samenspel van factoren.
Vicieuze cirkel
Balans wordt vaak gezien als de heilige graal. Mensen gaan aan de slag met het vinden van balans met als doel om lichamelijke symptomen onder controle te houden, zoals pijn, vermoeidheid en overprikkeling. Een goed te begrijpen wens. Maar ik zie als psycholoog ook dat mensen soms juist in een vicieuze cirkel terechtkomen door dit constante monitoren en balanceren. Steeds maar letten op je lichamelijke klachten om op basis daarvan de juiste keuzes te maken is een proces dat energie slurpt. En de druk om steeds die ‘juiste’ balans te moeten vinden kan zorgen voor meer spanning en klachten.
“Het is niet realistisch om 100% van de tijd een gebalanceerd leven te leiden (en dat lijkt me bovendien uitermate saai).”
Teleurstelling
Je kunt het vergelijken met het proces dat je ziet bij scholieren in een tentamenweek. Stel dat iemand voor alle tentamens een 10 wil halen. Dat is een hoge verwachting die vrijwel niet te realiseren is. En zelfs bij het behalen van een mooi cijfer zoals een 9 of een 8 is er dan toch teleurstelling. Die teleurstelling leidt weer tot spanning, en dat leidt weer tot nog harder werken om toch aan je verwachting te voldoen. Een perfect recept om jezelf vast te draaien. Ik zie dit ook terug bij mijn cliënten. Zij streven niet naar hoge cijfers maar naar een perfecte balans in het leven met lichamelijke klachten en worden daarin vaak teleurgesteld.
Uitproberen
Waar het om gaat is dat je jezelf juist de ruimte geeft om dingen uit te proberen. Het is niet realistisch om te verwachten dat je 100% van de tijd een gebalanceerd leven kunt leiden (en dat lijkt me bovendien uitermate saai). Soms lukt het, soms lukt het een beetje en soms lukt het gewoon niet. En als het je dan lukt om in 60% van de tijd een balans te realiseren, met respect voor je lichamelijke grenzen en tegelijk met aandacht voor wat je leuk en prettig vindt in het leven, dan is het goed. Realiseer je ook dat balans een proces is en dus nooit klaar is! Er zullen steeds weer veranderingen zijn, in je klachten, in jezelf en in je omgeving, dat hoort bij het leven. De kunst is om steeds weer uit te proberen hoe jij het prettigst met deze veranderingen om kan gaan.

