Marjan uit Utrecht leeft sinds oktober 2022 met long covid. Haar belangrijkste klacht is enorme vermoeidheid. Ze vertelt hoe zij haar dagen indeelt zodat ze toch de dingen kan blijven doen die ze het liefste doet.
Marjan:
“Toen ik drie jaar geleden covid kreeg was ik niet eens erg ziek, maar ik ben daarna niet meer volledig opgeknapt en bleef ontzettend moe. Naast mijn werk als psycholoog in mijn praktijk aan huis voor levensvreugde en seksualiteit werkte ik toen ook als POH-GGZ in een huisartsenpraktijk, maar daar werken ging helemaal niet meer. Sinds een jaar ben ik definitief 80 tot 100% arbeidsongeschikt.
Ik ben redelijk nuchter en het type mens dat teleurstellingen zo snel mogelijk accepteert en er het beste van probeert te maken. Mijn glas is altijd halfvol en ik ben erg van ‘count your blessings’. Daarnaast ben ik ook best eigenwijs en ik dacht er zonder hulp — behalve van de huisarts — wel uit te komen. Ik kwam ook wel een eind, door mijn kennis als psycholoog en door een aantal vaardigheden die ik eerder in mijn leven al had ontwikkeld. Ik heb mezelf bijvoorbeeld al jong aangeleerd om goed voor mezelf te zorgen omdat anderen dat niet voldoende deden. Daardoor weet ik goed van mezelf wat ik fijn vind en kan ik goed mijn grenzen aangeven.
Na anderhalf jaar had ik toch behoefte om eens met iemand te praten over hoe het ging. Ik had een dagpatroon ontwikkeld waarmee ik het redelijk kon redden, maar voelde me wel elke dag na de lunch totaal afgeknapt. Ik rekte de middag en sliep voor het avondeten vaak wel twee uur om ook ’s avonds nog een beetje energie te hebben. De huisarts raadde mij aan naar een ergotherapeut te gaan. Daar leerde ik iets wat ik echt nog niet wist: het is beter om te rusten voordat je helemaal afgeknapt bent.
Waarom is het beter om eerder rust te nemen?
Als je chronisch moe bent heb je als het ware een accu die maar voor een deel gevuld is. Je kunt niet méér doen dan je met die kleine hoeveelheid energie aankunt en je accu is snel helemaal leeg. En als je accu eenmaal volledig leeg is, laadt hij niet goed meer op, dus dat moet je eigenlijk zien te voorkomen. Daarom heb ik samen met de ergotherapeut mijn dagpatroon flink aangepast. Ik neem nu echt elke twee uur twintig minuten rust. Het liefst liggend in een rustige, donkere kamer. ’s Ochtends sta ik vrij laat op en probeer ik een klein half uurtje buiten te lopen. Verder doe ik wat kleine dingetjes in huis of kijk ik televisie. Ik doe in de middag één activiteit waar ik veel concentratie voor nodig heb, zoals een gesprek met cliënten of iets regelen voor de danssalon die ik heb opgezet. En in de avond kies ik echt alleen wat ik heel leuk vind. Dan ga ik bijvoorbeeld op de e‑bike naar een concert of film. Napraten doe ik niet of alleen heel kort want dat is te vermoeiend.
‘Als je accu volledig leeg is, laadt hij niet goed meer op,
dus dat moet je zien te voorkomen.’
Deze dagindeling vraagt natuurlijk wel veel discipline en het lukt ook echt niet altijd. En het is soms ook lastig afstemmen met mijn man, die helemaal geen planmatig type is. Maar gelukkig heb ik wel altijd van een rustig tempo gehouden. En ik schaam me ook niet om bijvoorbeeld tijdens een etentje te vragen of ik even ergens een half uurtje kan gaan liggen. Ik lig ook weleens in een park op een bankje met een krant onder mijn schoenen. Dat is wel een beetje gek, als een soort zwerver, maar ik dóe het wel want ik merk dat het werkt. Ik ben nog steeds moe maar ik heb nu door de week heen veel minder momenten dat ik me totaal afgeknapt en heel erg naar voel. Ik ben nu ook flexibeler in mijn agenda dan voorheen: ook ’s middags kan ik activiteiten plannen, terwijl ik me eerder de hele middag lamlendig voelde en echt geen activiteiten of afspraken aankon.
Wat is de belangrijkste winst van leven met een vast dagpatroon?
Ik doe door mijn postcovid véél minder dan ik vroeger deed, maar de dingen waar ik echt van houd kan ik toch nog blijven doen. Ik heb ook gemerkt dat de dingen waar je het meest van houd de minste energie kosten én heel belangrijk zijn voor je levensgeluk. Op deze manier kan ik nog dansen, vrijen, mensen ontmoeten, uurtjes voor mijn kleinzoon zorgen, naar een mooi concert of mooie film. Ik kan nog — in een aangepast tempo — op vakantie en een beetje werken, ja, ik voel me echt een gelukkig en dankbaar mens!”

